Historie

Historie

In 1888 werd de “Culemborgse Harmonie Crescendo” opgericht en stond tot 1907 onder leiding van Otto Borgstein (1866-1960). Onder zijn leiding speelde Crescendo onder meer met groot succes tijdens de kroningsfeesten van Koningin Wilhelmina in 1898. Tevens werden in de eerste 10 jaar van het bestaan van de 'nieuwe harmonie' drie medailles gewonnen.

Pieter Aafjes

Het begin van de 20e eeuw was tamelijk tumultueus. Borgstein bedankte diverse malen als directeur, maar keerde evenzoveel keren weer terug en Crescendo werd een begrip in Culemborg. Op 29 september 1907 bedankte Borgstein definitief als directeur. Hij werd opgevolgd door Pieter Aafjes. Pieter Aafjes (1887-1947) was de op een na oudste zoon van schoolhoofd van Meteren. Hij werkte eerst bij Spoor’s Mosterd, later bij de sigarenkistenfabriek de Imperator in de Prijssestraat. Bovendien was hij muziekleraar. Aafjes ontpopte zich ook als schrijver van korte toneelstukjes, die dikwijls na de pauze op concertavonden werden opgevoerd.

Aafjes was een zwierig man, die van het goede wist te genieten en was bovendien een kindervriend. Dat laatste is van grote betekenis geworden voor de verdere groei van de harmonie, want hij wist de jeugd aan te trekken en te houden. Aafjes wilde meer en betere muziek laten horen. Hij is er dan ook voorstander van dat er wordt deelgenomen aan concoursen. De dansmuziek gaat overigens wel door, want de kas moet ook gevuld worden. Al gauw werd niet meer gesproken over Crescendo, maar over 'de muziek van Aafjes'.

Na diverse concoursen met veel eerste prijzen als resultaat werd in 1918 in Klaaswaal een eerste prijs in de afdeling Uitmuntendheid met lof der jury behaald. Het schijnt toen een dolle boel te zijn geworden, zowel in Rotterdam waar overnacht werd (en tot laat in het trappenhuis van het hotel gemusiceerd werd), als bij thuiskomst twee dagen later. Bij het station stond het zwart van de mensen en een optocht van allerlei verenigingen begeleidde de muzikanten naar de Markt. In deze afdeling komt de harmonie nog steeds onafgebroken uit.

Talrijk zijn ook de anekdotes over Aafjes, die al dan niet subtiel rijke mensen en bedrijven wist te paaien het krakkemikkige instrumentarium via schenkingen te verbeteren. Legendarisch waren de sketches, die hij schreef voor de feestavonden. In het jaar dat de vereniging zijn vijftigjarig jubileum vierde, behaalde Jac van Dillen (een van de leerlingen) na een zeer intensieve opleiding door Pieter Aafjes zelf, het diploma voor orkestdirigent. In het begin van de oorlogsjaren werden nog wel concerten gegeven en concoursen bezocht, maar daarna werd het enkele jaren stil rond Crescendo, net zoals het stil werd rond veel andere verenigingen. Pas na de bevrijding kwam er weer beweging, maar de feestvreugde werd sterk getemperd door de dood in juni 1945 van de zoon en het enig kind van het echtpaar Aafjes.

De kroon op Aafjes’ werk was het federatief concours in Leerdam in 1947, waar alle eerste prijzen (acht stuks) in Culemborgse handen vielen. Groot was de verslagenheid toen drie weken na dit concours Pieter Aafjes plotseling overleed, pas 60 jaar oud. Tijdens de eerstvolgende repetitie werd de reeds jarenlang als tweede dirigent optredende Jac van Dillen (1908-1983) benoemd als opvolger. Het herdenkingsconcert werd geopend met het In Memoriam, gecomponeerd door Aafjes bij het verlies van zijn zoon. Verder werd besloten de naam van de vereniging te veranderen in Culemborgse Harmonie 'Pieter Aafjes'.

In 1949 werd een borstbeeld onthuld van Pieter Aafjes, dat geschonken werd door de burgerij. Als tekst staat vermeld 'Hij had de muziek lief, en wijdde haar zijn leven'.

Jac van Dillen

Van 1947 tot 1975 was Jac van Dillen de derde dirigent in successie. Hij wist zijn benoeming ten volle waar te maken: hij ging door met de opleiding van leerlingen en wist het reeds hoge muzikale niveau van de harmonie te handhaven, zo niet te verbeteren. Van Dillen was het gezicht van de vereniging. Alles had hij in eigen hand: de opleiding van de leerlingen, het leerlingenorkest en het Groot Orkest. Zelfs het Culemborgse volkslied moest eraan geloven. Tijdens een grootse taptoe in 1969, bij het 650-jarig bestaan van Culemborg werd het 'Hoe kraait de boer z'n haantje' ten gehore gebracht in een bewerking van Van Dillen.

In 1970 was Jac van Dillen 50 jaar lid van de vereniging. Ter gelegenheid hiervan werd hem en zijn echtgenote een receptie aangeboden in het Parochiehuis. Voor zijn verdiensten voor de vereniging ontving Van Dillen de Gouden Stadspenning van Culemborg. De beschermvrouwe, mevrouw M.M. gravin van Hogendrop-van Hoytema, typeerde hem in haar toespraak als 'het kloppend hart van de vereniging. De groot geworden, maar immer bescheiden, leerling van Pieter Aafjes.'
In 1972 werd feest gevierd ter gelegenheid van zijn vijfentwintigjarig dirigentschap o.a. met een uitwisselingsconcert met de Kon. Harm. Oefening en Uitspanning uit Beek en Donk onder leiding van Heinz Friesen, een kennismaking die in de jaren daarna herhaald werd met concerten door de top harmonieën uit Thorn en Loon op Zand, waarvan Friesen tevens dirigent was.

Tijdens het jaarlijkse winterconcert op zaterdag 8 maart 1975 nam Jac van Dillen afscheid als dirigent Hij had deze taak 28 jaar lang vervuld en was daarvóór negen jaar lang tweede dirigent geweest naast zijn voorganger en leermeester Pieter Aafjes. Samen hadden deze twee eminente dirigenten de harmonie tot grote hoogte gebracht in de periode van 1907 tot 1975. Overigens bleef Van Dillen de jaren daarna nog leiding geven aan het jeugdorkest. Hij overleed in 1983, 75 jaar oud.

Na drie dirigenten die uit de vereniging zelf waren voortgekomen was Heinz Friesen in 1975 de eerste vakmusicus die als dirigent van buitenaf werd aangetrokken. Heinz Friesen werd in 1934 geboren in het Limburgse Brunssum, een dorp met een levendige harmoniepraktijk. Hij dirigeerde de plaatselijke harmonie al vanaf zijn zestiende met grote regelmaat. Zijn leeftijd hinderde hem niet bij het overtuigen van een orkest. Zijn mening was: 'Als je een goed verhaal hebt, overtuig je iedereen, ook al ben je pas zestien.'

Heinz Friesen

Friesen studeerde hobo aan het Haags conservatorium en behaalde de hoogste onderscheiding voor muzikaliteit en virtuositeit. Van 1966 tot 1989 was Heinz solo-hoboïst bij het Rotterdams Filharmonisch Orkest en gast-solist bij gerenommeerde binnen- en buitenlandse orkesten. Hij volgde de bekende hoboïst Jaap Stotijn op als hoofdleraar van het Haagse conservatorium. Dat de deskundigheid van Heinz Friesen 'all over the world' erkend wordt blijkt wel uit het feit dat hij ook in Japan actief is als dirigent van de Osaka Municipal Symphonic Band. Ook in Zweden en Duitsland is de in Oudenbosch wonende dirigent actief. Hij geeft lezingen en clinics, componeert, arrangeert en bewerkt. Pieter Aafjes is er dan ook bijzonder trots op dat hij al sinds 1975 voor het Culemborgse orkest staat.

Onder leiding van Heinz werkte Pieter Aafjes mee aan grote concerten, zoals in het Provinciehuis in Den Bosch, het Philips Ontspanningscentrum in Eindhoven, in de Doelen in Rotterdam en het Musis Sacrum in Arnhem. In Duitsland werden concerten verzorgd in Werth, Anholt en Wertherbruch. In Trier werd tijdens het Europese Muziekfestival voor een tweeduizend koppig publiek opgetreden. In 1981 werd ook het fenomeen Nieuwjaarsconcert in het leven geroepen, een niet meer weg te denken Culemborgse traditie op de eerste zondag in het nieuwe jaar.